Meest Recente Evenementen Updates

Resultaten onderzoek

Geplaatst op Geupdate op

Hoek Af is opgezet binnen een stageproject, uitgevoerd bij Kessels & Smit, The Learning Company. Hoewel de bedoeling was dat dit een langdurig project werd, is het momenteel niet mogelijk om het verder voort te zetten. Het is mogelijk dat het op een later tijdstip weer wordt opgepakt (in andere stages of door ons), maar voor nu zullen we onze laatste bijdrage posten, namelijk een deel van onze resultaten uit ons onderzoek. We hopen dat we onze belangrijke boodschap hebben kunnen overbrengen en nodigen iedereen uit om hier mee aan de slag te blijven gaan! Daarnaast willen we alle volgers/lezers bedanken die aan Hoek Af hebben bijgedragen. Hopelijk tot ziens!

Voorafgaand aan de uitvoering van dit explorerende onderzoek werden twee hoofd-onderzoeksvragen opgesteld. De eerste vraag peilde naar welke talenten er volgens professionals worden gezien bij kinderen met ADHD, dyslexie, ASS en hoogbegaafdheid. De tweede vraag ging in op wat volgens ouders de talenten zijn van hun kinderen met ADHD, dyslexie, ASS of hoogbegaafdheid.

Onderzoek naar de talenten van kinderen met ADHD, dyslexie, ASS of hoogbegaafdheid is schaars. Bovendien werden deze onderzoeksvragen nog niet aan professionals en ouders voorgelegd. Daarom is er getracht om deze te onderzoeken aan de hand van een kwalitatief onderzoek, waarbij professionals door middel van een semigestructureerd interview werden bevraagd en ouders via een online enquête. Op basis van deze interviews en enquêtes konden de twee onderzoeksvragen beantwoord worden. Deze zullen hieronder samen besproken worden. Deze resultaten kunnen echter niet gegeneraliseerd worden naar de gehele doelgroep. Hiervoor is meer kwantitatief onderzoek nodig. Dit is enkel een opstapje voor (hopelijk) meer onderzoek naar de mogelijke talenten van kinderen met stoornissen.

Kinderen met ADHD hebben allereerst veel energie en enthousiasme. Een ander talent is de creativiteit. Kinderen met ADHD zijn volgens professionals zowel goed in dingen creëren als in het divergent denken, waardoor hun probleem oplossend vermogen zeer sterk is. Daarnaast wordt hun echtheid, eerlijkheid, puurheid en rechtvaardigheidsgevoel aangehaald onder het mom van ‘What you see is what you get’. Ook zijn kinderen met ADHD gevoelige kinderen die anderen mensen goed kunnen aanvoelen en beschikken ze over een goede dosis humor. Als laatste wordt door de professionals benadrukt dat kinderen met ADHD zich wél kunnen concentreren, indien ze zich voor het onderwerp interesseren. Ouders benoemen de creativiteit, gevoeligheid en concentratievermogen als talent. Kijkend naar de literatuur zijn er veel overeenkomsten. Het energieke en enthousiasme van kinderen met ADHD worden aangehaald door Honos-Webb (2008) en Kat en Beenackers (2008). Een andere overeenkomst is de creativiteit die in de literatuur ook sterk naar voren komt. Zowel White en Shah (2011), Carson et al. (2005) en Honos-Webb (2008) stellen dat ADHD-ers creatief zijn. Het creëren van dingen dat door de professionals expliciet is aangehaald, wordt niet direct teruggevonden in de literatuur. Eerlijkheid wordt vervolgens ook benoemd door Kat en Beenackers (2008) en ook de emotionele gevoeligheid wordt in de literatuur aangehaald (Honos-Webb, 2008). Hoewel in de literatuur geen consensus bestaat over humor, komt het thema wel naar voren bij een professional. Het talent om zich wel te concentreren wordt ook niet expliciet genoemd in de literatuur. Kat en Beenackers (2008) praten wel over acitivteiten die ze langer kunnen volhouden. Hoewel ze verklaren dat dit vanuit een grote dosis energie komt, kan er ook een indirecte link met concentratie gemaakt worden.

Bij kinderen met dyslexie is er volgens de professionals sprake van een sterke motivatie en groot doorzettingsvermogen. Daarnaast zijn ze creatief en erg leergierig. Ouders beamen de creativiteit. Ook in de literatuur komt de creativiteit sterk naar voren, zowel in het abstract redeneren (Rivera et al., 1995) en sterk probleem oplossend vermogen (Ferri et al., 1997) als in het creëren van kunst (Chackravarty, 2009; Chon & Neumann, 1977; Wolff & Lundberg, 2002). De motivatie, doorzettingsvermogen en leergierigheid die professionals benoemen, worden niet in de literatuur teruggevonden.

Professionals zien als talent van autistische kinderen de passie voor een bepaald onderwerp en aandacht voor details. Tevens zijn kinderen met autisme volgens hen zeer eerlijk en direct, waardoor je ook ‘see what you get’. Verder wordt benadrukt dat autistische kinderen in hun rechter hersenhelft veel potentie hebben. Ze zijn creatief, goed in beeldende taal, gevoelig en hebben een sterke intuïtie. Ook kunnen ze zeer goed zelfstandig werken, omdat ze zich goed kunnen concentreren. Ook de aandacht voor detail, de gevoeligheid en het alleen en zelfstandig werken worden door ouders gezien als talent. Daarnaast halen ze nog een ander thema aan, namelijk de leer- en weetgierigheid. Opmerkelijk is dat enkel de aandacht voor detail naar voren komt als overeenkomst tussen de antwoorden van professionals, ouders en de literatuur. Andere thema’s worden niet aangehaald, maar anderzijds worden het systematiseren, wiskundig talent en muzikaliteit ook niet benoemd door ouders en professionals.

Over hoogbegaafde kinderen vertellen professionals en ouders dat ze zeer snel kunnen denken en leren. Ook zijn ze in staat om bergen te verzetten als ze gemotiveerd zijn. Hoogbegaafde kinderen kunnen volgens de professionals tevens goed ‘out of the box’ denken en hebben een sterk innerlijk kompas. Ouders geven eveneens aan dat ze het snelle denken, de volharding en creativiteit als een talent zien. Het snelle leren wordt ook door Hulsbeek et al. (2001), van Houten (2009) en Kieboom (2007) als talent gezien, waarbij ze onder anderen het leggen van verbanden, problemen analyseren en grote denksprongen maken aanhalen. Daarnaast wordt tevens de motivatie benoemd. Van Houten (2009) geeft aan dat hoge motivatie als kenmerk wordt gezien. Toch maken Hulsbeek et al. (2001) daar een nuance in. Ze moeten zich er wel voor interesseren. Creativiteit is eveneens terug te vinden in de literatuur (van Houten, 2009; Hulsbeek et al., (2001); Kieboom, 2007). Een sterk innerlijk kompas kan gelinkt worden aan de grote zelfstandigheid die Hulsbeek et al. (2001) benoemen.

Bij alle diagnosen is er sprake van overeenstemmingen tussen enerzijds professionals en ouders en anderzijds de literatuur. Wel worden er veel talenten door professionals en ouders genoemd die niet in de literatuur staan, maar ook kaart de literatuur talenten aan die niet door ouders en professionals worden gezien. Kijkend naar de talenten die in dit onderzoek naar voren kwamen, valt er te concluderen dat er bij verschillende diagnosen dezelfde talenten gezien worden. Creativiteit is daarbij het duidelijkst aanwezig, want dit talent komt ter sprake bij alle diagnosen die hier besproken worden. Dit uit zich in zowel het divergent denken en sterk probleem oplossend vermogen als het creëren van kunstige objecten. Een ander voorbeeld is de authenticiteit (eerlijkheid, echtheid, puurheid) wordt veel benoemd, namelijk bij ADHD, ASS en hoogbegaafdheid.

Wat is talent?

Geplaatst op Geupdate op

keep-calm-and-show-your-talentHet begrip talent wordt vanuit verschillende invalshoeken gedefinieerd en er bestaan dan ook zeer veel verschillende definities. Zo wordt talent vaak omschreven als een strategisch hulpmiddel. Talent is volgens deze visie een schaarse bron die de functie van kapitaal vervult. Ook komen binnen het nature-nurtue-debat verschillende definities naar voren. Vanuit de nature-benadering is talent iets aangeboren, net als de kleur van iemands ogen of diens haarkleur. Een definitie die sterk vanuit deze visie is geformuleerd is bijvoorbeeld die van Echols: “[…] represents the strengths of a human that results form connections in the brain formed early in life, well before the teen years […]. According to Gallup, those connections and the strengths (talent) they create cannot be learned later in life”. Empirisch gezien is er echter weinig ondersteuning voor deze visie en wordt er vaker uitgegaan van de nurture-benadering. Hierin wordt gepleit voor de gedachte dat iedereen over even veel talent beschikt en de invloed van de omgeving, oefening, ontwikkeling, educatie, etc. wordt beklemtoond als belangrijke aspecten binnen talentontwikkeling. EeDefinitien voorbeeld van een nurture-definitie is die van Barab en Plucker: “a set of functional relations distributed across person and context, and through which the person-in-situation appears knowledgeably skilful”. Vaak wordt er geen keuze gemaakt tussen deze twee uitersten op het continuüm, maar wordt er naar beide zijden verwezen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de definitie van Simonton: “Rather than involving a one-dimensional, additive, and static, genetic process, talent may instead emerge from a multidimensional, multiplicative and dynamic process”.

Onderzoekers geven aan dat ondanks de vele definities die er bestaan er vaak wel een overeenkomst is tussen verschillende auteurs over dat talent iets waardevol, zeldzaam en moeilijk te imiteren is. Toch zijn er populaire definities die vaak aangehouden worden, waarbij deze aspecten niet (direct) naar voren komen. Een voorbeeld hiervan is die van Buckingham. Talent is volgens hem “elk herhalend patroon van gedachten, gevoelens of gedrag dat productief toegepast kan worden”. Hieruit valt uit af te leiden dat iedereen talent bezit. Aanwijzingen voor talent zijn volgens Buckingham spontane reacties op situaties waarmee men wordt geconfronteerd, sterke verlangens, het vermogen om snel te leren en gevoelens van bevrediging.

Mijn baas kiest voor mijn talentDewulf en Beschuyt praten liever over de functie van talent. Een talent wordt volgens de auteurs zichtbaar in activiteiten die moeiteloos gaan én die voldoening opleveren als je ze doet. Ze vertrekken hierbij vanuit twee uitgangspunten. Allereerst is er het uitgangspunt dat talent gebaseerd is op een interne referentie, wat inhoudt dat enkel de persoon zelf kan zeggen dat iets een talent van hem/haar is. Het tweede uitgangspunt is dat talent niet exclusief maar universeel is. Iedereen wordt geboren met talent. De bovengenoemde omschrijving is volgens de auteurs paradoxaal, want iedereen heeft talent en talent gaat over activiteiten die moeiteloos gaan en die voldoening opleveren. Voor veel mensen is het herkennen van het eigen talent echter geen makkelijke taak. Eigen talent is voor veel mensen zo alledaags en gewoon, dat men het niet als bijzonder beschouwd of men vermoedt dat iedereen dat talent heeft.

Wanneer je iets doet waarin je goed bent, vliegt de tijd. Dewulf en Beschuyt linken het concept ‘flow’ hieraan en verwijzen vervolgens naar Csikszentmihalyi. Deze auteur beschrijft flow als ‘een fysieke toestand die bijna elke mens dagelijks of wekelijks ervaart’. Als je volgens Csikszentmihalyi in de flow raakt, dan vliegt de tijd, ben je helemaal gericht en geconcentreerd op een concreet doel, ben je uiterst aandachtig voor alle signalen en elementen in de situatie die betrekking hebben op het doel en ben je gericht op een zo goed mogelijk resultaat. Daarnaast leer je snel uit de feedback die ontstaat in de situatie, zoek je steeds de grenzen op van je eigen mogelijkheden en verlies je voeling met fysieke signalen zoals honger, dorst of vermoeidheid. Ook heb je geen last van allerlei beperkingen of storende gedachten die je anders wel hebt, ben je bezig met iets wat voor jou erg uitdagend is en ben je bezig met iets waar je erg goed in bent.

Bron: Hoek Af-onderzoek (nog niet gepubliceerd) 

Deficit denken en Apprciative Inquiry (AI)

Geplaatst op Geupdate op

deficitWanneer men problemen ervaart, is het in onze maatschappij de gewoonte om knelpunten te analyseren en oorzaken te vinden, om vervolgens deze uit de weg te ruimen. Bij deze traditionele manier van het kijken naar problemen, die ook wel het deficit denken genoemd wordt, is er veel aandacht voor de defecten in de situatie. Met kijkt vooral naar wat er niet goed gaat. Binnen de klinische psychologie en orthopedagogiek staat het deficit denken ook vaak centraal, omdat mensen steeds worden geclassificeerd in termen van deficits en er wordt gefocust op hetgeen dat ze niet kunnen. De diagnosen zijn ingeburgerd in de maatschappij, met als effect dat mensen naar zichzelf en naar anderen op deze manier gaan kijken. Volgens Rober, hoogleraar en auteur van het boek ‘Samen in therapie’, dragen deze labels bij tot een problematisering van gewone levensmoeilijkheden, tot het focussen op het individu, stigmatisering etc.

Ook in het onderwijs heerst deze denkwijze nog vaak. Ze focussen zich op de tekortkomingen van een kind en er ontstaan labels : ‘Die is dom’, ‘Die is lui’ etc. Hierdoor verengt de blik van leerkrachten tot één aspect van het kind en is er geen oog meer voor andere kenmerken. Hoewel deze indrukken vaak onjuist zijn, zal het kind zich geleidelijk aan wel ontwikkelen tot die labels. Het zogeheten Pygmalion-effect komt hierbij om de hoek kijken. In een onderzoek die namelijk werd uitgevoerd, werden leerlingen random bestempeld als ‘goed’ en ‘zwak’. Leerlingen die als ‘goed’ waren bestempeld, werden anders door de leerkracht benaderd dan leerlingen die als ‘zwak’ geclassificeerd waren. Leerkrachten creëerden een warmer emotioneel klimaat rond de ‘goede’ leerlingen. De leerling kreeg moeilijkere opdrachten en meer mogelijkheden om vragen te stellen, waardoor deze uiteindelijk ook beter ging presteren. De leerlingen die bestempeld waren als zwak, bleken na verloop van tijd ook zwakker te presteren. Het labelen van kinderen kan dus leiden tot een selffulfilling prophecy.

Als reactie op het deficit denken ontstond Appreciative Inquiry (AI), in het Nederlands ook wel het waarderend onderzoekenDavid Cooperrider 9-2010_thumb genoemd. Deze benadering ontwikkeld in de jaren tachtig van de vorige eeuw door David Cooperrider. AI is een onderzoeksmethode, waarin vertrokken wordt vanuit de overtuiging dat het vermogen om de gewenste toekomst te creëren in principe al aanwezig is bij de persoon, het team, de organisatie, …. De focus wordt verschoven van het ‘probleem’ naar ‘mogelijkheid’ en van ‘tegenstelling’ naar een ‘verbindende relatie’. Men dient een positieve kern aan te boren om verandering in gang te zetten. De positieve kern bevat veel ongebruikte kwaliteiten en kennis van hoe de dingen idealiter zouden kunnen gaan. Door te focussen op wat werkt binnen een organisatie, wordt er een dialoog gestart rond kracht, successen, waarden en hoop en vervolgens een veranderproces in gang gezet.

app-inqAI is niet louter een methode, het is een manier van zijn… als leider, collega, partner, begeleider van veranderingsprocessen, teamleider, projectmanager, leraar, werkgever of werknemer. Het is het proces waarbij de betrokkenen samen op zoek gaan naar die sterke punten, om zich van daaruit de gewenste toekomst te verbeelden en die samen in praktijk te brengen.

De benaderingen kunnen niet gezien worden als een continuüm waarop men zich kan bevinden. Het zijn twee continua naast elkaar, waarbij de een de ander niet uitsluit. Er zijn verschillende auteurs die pleiten voor een verbinding tussen het deficit denken en AI. Elke benadering heeft namelijk zijn uitgangspunten en voordelen. Je kunt zeker leren van de fouten die je gemaakt hebt of die anderen maakten. Ook binnen de diagnostiek is het noodzakelijk om via een deficitgerichte benadering te kijken bij het stellen van een diagnose en vervolgens (in Nederland) een vergoede psychologische en psychiatrische behandeling te kunnen krijgen. Tegelijk kunnen we zeker zoveel leren van onze successen. Het is ook echt mogelijk om vanuit het waarderende perspectief te kijken naar mensen met stoornissen en naar een hoek af, zowel die van jezelf als die van anderen. Wij van Hoek Af willen u uitnodigen om situaties dus vanuit beide perspectieven te gaan bekijken. Gaat u deze uitdaging aan?

Bron: Hoek Af-onderzoek (nog niet gepubliceerd) 

ADHD en de mogelijke talenten bij ADHD

Geplaatst op

adhd-study-children featureDe term ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder en staat op deze manier in de DSM-5 (een belangrijk handboek binnen de psychologie) gedefinieerd. In Nederland gebruikt men deze term vaak, maar Nederlandse (kinder)artsen en psychologen spreken ook wel over ‘Aandachttekortstoornis met hyperactiviteit’ . Vandaag de dag zijn de meeste hulpverleners het er over eens dat ADHD gevormd wordt door drie primaire problemen in de vaardigheid van iemand om zijn gedrag te beheersen: problemen met het vasthouden van aandacht, impulsbeheersing- of remming en overbeweeglijkheid. Daarnaast zijn er hulpverleners die menen dat kinderen met ADHD twee bijkomende problemen hebben, namelijk problemen met het opvolgen van regels en instructies en hun zeer wisselende reacties in situaties. In de literatuur wordt ADHD ook vaak geassocieerd met dromerigheid, vooral tijdens schoolwerk, moeilijkheden met de regulatie van emoties en agressiviteit. Barkley, een bekende onderzoeker op ADHD-gebied, is van mening dat deze gedragingen voortkomen uit het primaire probleem van het remmen van gedrag. De drie primaire problemen staan in de DSM-5 beschreven onder de kenmerken aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit.

Er zijn weinig studies over mogelijke talenten van kinderen met ADHD. We zijn daarom niet alleen op zoek gegaan naar studies over kinderen, maar ook naarlamp-432249_640 studies over volwassenen met ADHD. Er komen hierbij een aantal mogelijke talenten naar voren. Mensen met ADHD kunnen bijvoorbeeld uitzonderlijk creatief zijn. Verschillende studies tonen aan of doen vermoeden dat mensen met ADHD goed zijn in ‘out-of-the-box’-denken. Ze worden daarbij weinig beïnvloed door conceptuele beperkingen tijdens de creatieve activiteiten. ADHD-ers hebben over het algemeen de voorkeur voor het genereren van ideeën, terwijl mensen zonder ADHD eerder de voorkeur geven aan het definiëren en structureren van een probleem of om oplossingen te verfijnen.

Honos-Webb, die ‘De gave van ADHD’ schreef, herdefinieert de kenmerken van ADHD als zijnde talenten. Kinderen met ADHD hebben volgens de auteur ‘het aangeboren talent om op te gaan in dagdromerij en fantasierijk denken, om vol moed en durf zijn fantasie te delen met de wereld om hem heen en om gevoelig te zijn voor zijn gedachten en emoties’. Deze talenten kunnen ook voor problemen zorgen. De talenten van kinderen met ADHD staan lijnrecht tegenover aandachtig luisteren, de lesstof van buiten leren en kunnen reproduceren. Toch kan het talent ‘creativiteit’ ook binnen het onderwijs positief zijn, omdat kinderen vaak op een andere manier denken door hun ontvankelijkheid. Zij hebben hierdoor een bredere blik en kunnen door een rigide manier van denken verschillende problemen oplossen. Naast creativiteit noemt de schrijfster ook andere talenten, zoals uitbundigheid, inter-persoonlijke intuïtie, ecologisch bewustzijn en emotionele gevoeligheid.

people-467438__180Uitbundigheid: Een kind met ADHD heeft meer energie dan zijn leeftijdsgenoten, wat kan gezien worden als een hulpmiddel. Als kinderen kunnen leren om hun eigen energie te kanaliseren, kunnen productieve prestaties het gevolg zijn. Energie kan een kind uitbundig maken, charismatisch, enthousiast en een persoon die je graag om je heen hebt.

 

Interpersoonlijke intuïtie: De sterke intuïtie die kinderen met ADHD hebben, is te vergelijken met het soort van empathisch gevoel dat therapeuten proberen te ontwikkelen om hun cliënten beter te begrijpen. Het talent kan getransformeerd worden tot een vaardigheid om diepgaande relaties met anderen op te bouwen. Ondanks het feit dat kinderen met ADHD moeite hebben met het blijven luisteren naar wat een ander zegt, kunnen ze goed aanvoelen welke emoties er achter iemand zijn woorden zitten.

Ecologisch bewustzijn: Kinderen met ADHD hebben dikwijls veel interesse voor de natuur, waarbij ze zich vaak met de natuur en dieren verbonden voelen. Het zou wel eens kunnen dat kinderen met ADHD serieuze kandidaten zijn om de wereld te leren hoe op een gezonde manier met het milieu om te gaan.

Emotionele gevoeligheid: Kinderen met ADHD hebben hun emoties niet goed onder controle. Als ze verdrietig of kwaad zijn, kunnen ze bijvoorbeeld driftbuien krijgen. Toch vertegenwoordigt dit ook een opmerkelijk talent: emotionele gevoeligheid en intensiteit. Het talent heeft een directe link met het talent ‘interpersoonlijke intuïtie’. Mensen voelen zich verbonden met elkaar, wanneer men begrijpt hoe de ander zich voelt. Hoe sterker de emotionele gevoeligheid, hoe sterker het empathisch vermogen.

In andere onderzoeken wordt geconcludeerd dat iemand met ADHD meer gedaan kan krijgen in minder tijd en extra lang met activiteiten bezig kan zijn. Tevens zijn ze eerlijk, enthousiast, flexibel, spontaan en beschikken over een flinke dosis humor. Over dat laatste bestaat wat onenigheid, want er bestaan ook studies waarin geconcludeerd dat ze juist minder humor hebben.

 

Inleiding van het Hoek Af-onderzoek

Geplaatst op Geupdate op

In april 2014 zag ik de verfilming van het boek ´Divergent´ (Roth, 2011). Een verhaal over Beatrice, een tiener van 16 jaar die leeft in een futuristisch Chicago. De samenleving waarin Beatrice leeft, is opgedeeld in vijf zuilen die ieder staan voor een bepaalde waarde: eerlijkheid, onbaatzuchtigheid, dapperheid, perfectie en intelligentie. Het doel is dat ieder mens leeft in een groep die het goede van de desbetreffende persoon naar boven haalt. Ieder jaar moeten zestienjarigen een test doen, waarin hun persoonlijkheid naar voren komt. Vervolgens kiezen de tieners bij welke zuil men de rest van het leven wil horen. Beatrice wordt door de test als divergent bestempeld, omdat ze niet volledig in een bepaalde zuil past en daarnaast uitzonderlijke talenten bezit. Divergente mensen worden vervolgd, omdat ze de politieke orde verstoren en dus een gevaar zijn voor de samenleving.

Wanneer men de samenleving in deze film analyseert, lijkt deze toch meer op onze samenleving dan men aanvankelijk zou vermoeden. Een voorbeeld is het onderwijs. Zoals Luk Dewulf aangeeft in een interview op Radio 1 (september 2010), moet men in deze samenleving zich eigenlijk gelukkig prijzen indien men over talenten beschikt die passen bij het onderwijs, zoals goed kunnen stilzitten, kunnen luisteren, informatie kunnen structureren, analyseren en teruggeven. Dan is er sprake van goede prestaties. Er zijn echter veel kinderen die talenten hebben die niet aansluiten bij ons onderwijssysteem. Kinderen met leerstoornissen bijvoorbeeld. Leerstoornissen zijn volgens Dewulf gekoppeld aan een bijzonder talent, die zijn weg niet goed kan vinden in het onderwijs. ‘Een omschrijving van gedrag, waar leerkrachten last van hebben’ is dan ook zijn definitie van een leerstoornis. Wanneer begeleiding dan niet helpt (het kind blijft de orde verstoren in de klas, blijft de last van de leerkracht), wordt een kind in het buitengewoon onderwijs geplaatst of richten deze kinderen zich, als ze 16 jaar zijn op de arbeidsmarkt, met het gevoel niets waard te zijn.

Natuurlijk (en gelukkig!) bestaan er ook veel verschillen tussen de samenleving in het futuristische Chicago en het bovengenoemde voorbeeld, maar het is wel van belang om stil te staan bij de manier waarop er met mensen met stoornissen wordt omgegaan binnen onze samenleving. In plaats van vervolgen, lijkt het negeren of uitsluiten van kinderen in een regulier schooltraject ook geen oplossing te zijn. De vraag ‘Hoe om te gaan met kinderen die gediagnosticeerd zijn met een stoornis?’ komt tevens naar voren in het debat rond inclusief onderwijs. Farrell (2000) definieert dit begrip op leerlingniveau als ‘taking a full and active part in school-life, being a valued member of the school community and being seen als an integral member’. Deze definitie legt niet alleen de nadruk op de aanwezigheid van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften in een reguliere klas, maar wijst ook op een volledige integratie van deze kinderen, het volwaardig lid zijn van de gemeenschap. Een zeer ambitieus doel voor het onderwijs. Kijkt men naar onderzoeken vanuit het buitenland, dan kan echter de vraag gesteld worden of dit doel wel realistisch is. Verschillende studies tonen namelijk aan dat kinderen met specifieke onderwijsbehoeften in reguliere scholen minder geaccepteerd worden door hun leeftijdsgenoten, minder vriendschappen hebben en minder deel uitmaken van een subgroep in de klas (de Boer, Pijl & Minnaert, 2010). Pijl, Frostad en Flem (2008) benadrukken dan ook dat fysieke insluiting een zeer fundamentele voorwaarde is, maar dit zorgt er niet voor dat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften automatisch deel zullen uitmaken van een groep. De auteurs concluderen dat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften extra ondersteuning nodig hebben om deel te nemen aan een groep.

Toch staat heden ten dage zowel in Vlaanderen als in Nederland het thema ‘inclusief onderwijs’ hoog op de politieke agenda, aangespoord door het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. In Vlaanderen gaat het hierbij om het M-decreet, een aantal maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, dat vanaf het schooljaar 2015 – 2016 zal ingaan. De overheid verwacht dat door de maatregelen van het decreet er minder kinderen naar het buitengewoon onderwijs zullen gaan. De middelen die hierdoor vrijkomen, worden opnieuw gebruikt voor de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, waardoor de overheid tracht de expertise in de scholen voor buitengewoon onderwijs te delen met het brede onderwijsveld (Vlaamse overheid, 2014). In Nederland zijn reeds dergelijke maatregelen genomen in het kader van de Wet op Passend Onderwijs, waarbij onder anderen de zorgplicht is ingesteld voor alle scholen in Nederland. Deze plicht houdt in dat scholen de verantwoordelijkheid hebben om voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een passende plek te zoeken. Dit kan zowel in de eigen school, met eventuele extra ondersteuning, als in een andere reguliere school in de regio of het (voortgezet) speciaal onderwijs (Rijksoverheid, 2014).

Buiten het feit dat er in beide landen de twijfel bestaat of het M-decreet en de Wet op Passend Onderwijs al dan niet verkapte bezuinigingsmaatregelen zijn, bestaat er meer kritiek. In Vlaanderen trekken vooral vakbonden aan de alarmbel, omdat volgens hen het onderwijs er niet klaar voor is. Ze uiten grote zorgen over de financiering en ondersteuning van leerkrachten (Klasse, 2014). Hoewel in Nederland de Algemene Onderwijsbond de Wet op Passend Onderwijs ondersteunt (Algemene Onderwijsbond, 2014), komt er veel weerstand van leerkrachten en scholen naar voren. Zo concluderen de Boer et al. (2010) uit een literatuurstudie van 50 artikelen dat docenten negatief of onbeslist zijn in hun opvattingen over inclusief onderwijs en dat ze zichzelf niet competent genoeg beoordelen in het onderwijs van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Wanneer het gaat om de attitude van ouders, komen er verschillende resultaten naar voren. Van den Heijkant (2010) meldt  dat bij ouders van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften vooral bedenkingen, angst en bezorgdheid heersen over de haalbaarheid van inclusief onderwijs. De invoering van passend onderwijs is volgens hen een lange weg waarbij er op vele vlakken dingen zullen moeten veranderen. Ouders pleiten onder andere voor organisatorische veranderingen en sterke differentiëring binnen de klas, waarbij het leerstofjaarklassensysteem afgeschaft zou moeten worden.

Ondanks de vele kritieken en grote weerstand kan het onderwijs in beide landen er niet meer onder uit. De Wet op Passend Onderwijs is per augustus 2014 ingevoerd en ook de maatregelen uit het M-decreet zullen realiteit worden. Uit bovenstaande studies valt af te leiden dat leerkrachten behoefte hebben aan meer kennis omtrent het lesgeven aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Bovendien moet het organisatorisch goed uitgevoerd worden en dient er een attitudeverandering te komen van leerkrachten, scholen en ouders, wanneer het nieuwe decreet in Vlaanderen en de nieuwe wet in Nederland wil slagen. Hoewel de Nederlandse overheid vooral de nadruk legt op de gebreken en moeilijkheden van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (Rijksoverheid, 2014), wordt er in Vlaanderen dikwijls de nadruk op talent gelegd. Zo geeft Vlaams Parlementslid Jo De Ro aan in het ‘ontwerp van decreet’ (2014) dat ‘de belangrijkste stelregel zou moeten zijn dat een kind moet terechtkomen waar het thuishoort op basis van zijn talenten’. Ook het GO! stelt dat ‘kwaliteitsvol onderwijs vertrekt vanuit het kind en zijn onderwijsbehoeften. Het focust op potentieel en talenten van kinderen en niet op deficiënties. Het M-decreet biedt hefbomen om los te komen van een medische kijk op ontwikkeling van kinderen die vaak een hypotheek legt op de onderwijsloopbaan van deze kinderen’ (Vlaams Parlement, z.d.). Differentiëren op basis van talenten is de sleutel (van den Heijkant, 2010). Maar wat zijn nu precies de mogelijke talenten van kinderen van kinderen met speciale onderwijsbehoeften?

Referenties

Algemene Onderwijsbond (z.d.). Passend onderwijs. Geraadpleegd op 5 augustus 2014, van http://www.aob.nl/default.aspx?id=27&article=46958

Boer, A. de., Pijl, S.J. & Minnaert, A. (2010). Attitudes of parents towards inclusive education: a review of the literature. European Journal of Special Needs Education, 25 (2), 165 – 181, doi:10.1080/08856251003658694

Farrell, P. (2000). The impact of research on developments in inclusive education. International Journal of Inclusive Education, 4 (2), pp 153-162, doi:10.1080/136031100284867

Heijkant, van den. A. (2010) Inclusie een perspectief? Onderzoek naar opvattingen over inclusie bij ouders en leerlingen binnen het SBO. In J. van Lakerveld & M. den Otter. Perspectief op inclusief. Vruchten van praktijkonderzoek (pp. 149-155). Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Klasse (2014). Leerlingen met een beperking naar gewone scholen. Geraadpleegd op 5 augustus 2014, van http://www.klasse.be/leraren/44161/leerlingen-met-een-beperking-naar-gewone-scholen/#comments

Pijl, S. J., Frostad, P., & Flem, A. (2008). The social position of pupils with special needs in regular schools. Scandinavian Journal of Educational Research, 52, 387-405. doi:10.1080/00313830802184558

Radio 1 (2010). Interview Luk Dewulf Radio 1. geraadpleegd op 16 juli 2014, van https://www.youtube.com/watch?v=pEMXpVyjmj8

Rijksoverheid (z.d.). Passend onderwijs. Geraadpleegd op 5 augustus 2014, van http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs

Vlaamse overheid (z.d.). Nieuw M-decreet voor meer inclusie in het onderwijs. Geraadpleegd op 5 augustus 2014, van http://www.ond.vlaanderen.be/specifieke-onderwijsbehoeften/Beleid/M-decreet/default.htm

Vlaams parlement. (z.d.). Hoorzitting M-decreet. Visie GO! Geraadpleegd op 5 augustus 2014, van http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/getFile.action?id=529616

Vlaams Parlement. (2014). Ontwerp van decreet. Betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen. Geraadpleegd op 5 augustus 2014, van https://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2013-2014/g2290-5.pdf

Interview met Nicholas Lataire, hoofdredacteur van het VTM-Nieuws.

Geplaatst op Geupdate op

Nicholas Lataire is journalist en sinds vijf jaar hoofdredacteur van het VTM-Nieuws. Hiervoor heeft hij gewerkt als reportagemaker bij ‘Telefacts’, als redactiechef van De Gentenaar en als eindredacteur bij ‘Het Nieuws’. Als kind speelde Nicholas Lataire nooit voetbal met de andere kinderen, maar bouwde zijn slaapkamer om tot een ware televisie- en radiostudio, waarmee hij (soms tot vervelends toe) zijn ouders entertainde. De kwaliteiten die hij door deze activiteiten heeft ontwikkeld, hebben hem vandaag de dag voor zijn job erg geholpen. Nicholas Lataire maakte graag voor Hoek Af een uurtje vrij in zijn drukbezette agenda, zodat we hem op de nieuwsredactie van VTM konden interviewen aan de hand van de Hoek Af interviewleidraad.

Is er een moment geweest in de afgelopen maanden of jaren dat u erkenning kreeg van iemand anders, waarvan u verschoot of trots werd?
Ja, eigenlijk wel. Ik heb binnen mijn branche complimenten gekregen van Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van NRC en vroeger hier van De Standaard. Hij prees onze aanpak van het nieuws en vertelde hoe goed ik erin slaag om een soort van verandering binnen het nieuws en binnen nieuwsmedia waar te maken.

Wat houdt uw aanpak dan precies in?
Ik denk dat een van mijn grote krachten mijn empatisch vermogen is en dat ik dat op twee manieren kan aanwenden. In de eerste instantie op vlak van inschatting van nieuws. Ik voel meestal wat er bij mensen leeft, wat ze belangrijk vinden en wat hun belangrijkste vragen zijn. Maar langs de andere kant is ook empathie binnen de organisatie belangrijk. Ik denk dat ik mensen goed kan aanvoelen en in combinatie met het goed verwoorden van je visie, hierdoor de organisatie in een bepaalde richting kan brengen, want op deze manier begrijpen mensen ook waarom iets beter is.

En toen u dat compliment van Peter Vandermeersch kreeg, hoe voelde dat voor u?
Dat voelt heel goed, heel plezant aan. Het is een vorm van erkenning. Het geeft een warm gevoel. Het is een soort van energiebron die goesting geeft om het nog beter te gaan doen.

Is er een situatie geweest in uw leven dat u het gevoel had op een bepaald domein af te wijken van de norm? Het gevoel dat u anders was dan anderen?
Toen ik nog klein was, speelde ik geen voetbal met andere kinderen, ik knutselde niet en speelde niet met logo, maar ik maakte nieuws en showvoorstellingen voor mijn ouders en familie die altijd moesten komen kijken. Ik richtte dan mijn slaapkamer in als televisiestudio, tot en met een lampje onder mijn bed dat voor extra effect moest zorgen. Ook had ik een systeempje met een draadloze microfoon, die zond uit op een bepaalde frequentie op de radio. Ik maakte dan radioprogramma’s en via de radio die in onze keuken stond, konden mijn ouders hiernaar luisteren.

Daarnaast was ik de jongste bondsleider in onze gemeente van de Vlaamse jeugdbeweging KSA. Hoewel dit wel in combinatie met iemand anders was, was het nog nooit gebeurd dat iemand op 16-jarige leeftijd hoofdleider was.

Hoe hebben deze situaties u vandaag sterker gemaakt?
Het klinkt misschien een beetje clichématig, maar het zijn ervaringen die je opdoet. Ik kan mij voorstellen dat het in elkaar zetten van televisieprogramma’s wat ik heel jong deed, mijn creatief vermogen heeft aangescherpt en rijker heeft gemaakt. Hierdoor voelde ik al een beetje aan wat wel en niet werkt voor het publiek. Het feit dat ik zo jong hoofdleider was, gaf me ervaringen op vlak van leiderschap. Je wordt meteen met een aantal problemen geconfronteerd, waar ik nu soms nog mee wordt geconfronteerd. Dan denk ik bijvoorbeeld aan mijn verhouding ten opzichte van mensen, het geven van moeilijke berichten aan mensen en mensen meetrekken in een verhaal. Daar leer je ontzettend veel van. Het was in dit geval heel belangrijk dat ik me ervan bewust was dat ik zo jong was. Je moet namelijk voldoende luisteren en informatie halen bij mensen die meer ervaring en expertise hebben. Dat geldt hier trouwens ook nog altijd. Ik ben 35 jaar, dat is vrij jong om hoofdredacteur te zijn. Hier zitten mensen die twintig jaar langer ervaring hebben dan ik, maar ik probeer hen mee te nemen in het verhaal. Ik zeg dan ook letterlijk: ‘Jullie hebben meer expertise dan ik, ik kan dan ook nog heel veel van jullie leren. Maar laten we mijn troeven, namelijk de frisse blik, hier aan toevoegen.’ Dan krijg je: 1 + 1 = 3.

Hoe hebben deze talenten en kwaliteiten u geholpen met uw succes als hoofdredacteur?
Als het gaat over mijn creatieve blik dan is een van mijn krachten om veel verschillende invalshoeken te zien. Als veel journalisten er bijvoorbeeld twee zien, dan zie ik nog drie andere. Dat is juist in de journalistiek erg belangrijk en het stimuleert de creatieve aanpak. Daarnaast zie ik nieuws waar iemand anders het niet ziet en dat is ook mijn taak als hoofdredacteur. Op vlak van leiderschap heeft dus mijn empatisch vermogen mij veel geholpen. Door jong in het verhaal te stappen, heb ik op dat vlak wel voorsprong. Ik vind het ook wel belangrijk van een goede leider dat hij proactief denkt en dat je de reacties van mensen in de organisatie van te voren kunt inschatten. Hierdoor kun je veel beter de impact managen. Tevens ben ik breder gevormd dan enkel het journalistieke, wat ook wel van belang is. Door het leiderschap in de jeugdbeweging ben ik bijvoorbeeld veel in aanraking gekomen met marketing en dit zijn extra dingen waarin ik me kan onderscheiden.

In een ander gedeelte van ons onderzoek richten we op de mogelijke talenten van kinderen met leer en gedragstoornissen, zoals ADHD, dyslexie, autisme en hoogbegaafdheid. Kent u iemand in uw omgeving die een dergelijke diagnose heeft?
Op twee indirecte manieren wel. Mijn zus geeft les in een school voor kinderen die een diagnose binnen het Autismespectrum hebben. Zij is dus elke dag met deze kinderen bezig. Daarnaast heeft een van mijn vrienden twee autistische kinderen. Maar het is dus niet dat ik er intensief mee in contact kom.

Heeft u wel eens verhalen gehoord waarin zij schitterden?
Ja, we hebben het zelfs in het nieuws gebracht. Het ging over mensen met autisme die worden ingeschakeld in een informaticabedrijf, omdat zij kwaliteiten hebben die anderen niet hebben. Zij zorgen daar echt voor een meerwaarde.

(redactie: Wij van Hoek Af hebben zelf ook een blog geschreven over een bedrijf die enkel engineers met autisme aanwerft. Nieuwsgierig? Klik dan op de volgende link: https://hoekaf.wordpress.com/2014/09/16/maak-kennis-met-passwerk/)

Nicholas Lataire heeft ook een videoboodschap ingesproken, waarin hij antwoord geeft op de volgende vraag: ‘Wat voor advies zou je onzekere kinderen, jongeren en volwassenen willen meegeven die het gevoel hebben dat ze afwijken van de norm?’

 

Interview met Nederlandse topfotograaf Frank Doorhof

Geplaatst op Geupdate op

FrankDoorhofFranks Doorhof is een Nederlandse fotograaf die zich naast het maken van prachtige foto’s ook bezighoudt met het geven van lezingen en workshops in binnen- en buitenland. Daarnaast heeft hij verschillende instructie-dvd’s ontwikkeld en plaatst hij regelmatig nieuwe educatieve filmpjes op YouTube, waarmee hij een groot publiek bereikt. Frank Doorhof heeft een sterk karakter. Hij weet waar hij voor staat en heeft een duidelijke mening als het gaat over de norm en het afwijken hiervan. Door zijn hoek af heeft hij zich ontwikkeld tot een echte vechter, die zijn hart durft te volgen en keuzes durft te maken die tegen de grote stroom in gaan. Wij mochten hem bezoeken in zijn fotostudio in Emmeloord en hem interviewen aan de hand van de Hoek Af-interviewleidraad.

Is er moment geweest in de afgelopen maanden of jaren dat je erkenning kreeg van iemand waarvan je verschoot of trots werd?       
Ja, wij zijn heel actief op social media en we krijgen regelmatig opmerkingen over de invloed die we hebben op iemand zijn werk. Mensen zijn bijvoorbeeld anders gaan kijken naar fotografie, door wat ik ze geleerd heb. Soms zijn het ook emotionele verhalen, zoals van mensen die eigenlijk helemaal in zak en as zaten, omdat ze dachten dat ze iets niet zouden kunnen. Ze bekeken dan een video van mij waarop ik iets op een simpele manier uitleg en kwamen tot de conclusie dat ze het wel konden. Zo konden ze doorgaan met hun passie. Op deze manier realiseer je je dan dat je veel invloed hebt op mensen en je hierdoor iemands leven eigenlijk kunt veranderen. Dat is ook waarom ik het doe. Maar ook besef je dan hoe gevaarlijk social media kan zijn, want als je het verkeerde antwoord geeft, kun je iemands leven feitelijk op een andere manier veranderen.

Hoe voelde u zich toen u deze complimenten kreeg?   
Ik ben een echte nuchtere Nederlander. Natuurlijk is het hartstikke leuk, maar aan de andere kant sta ik met beide benen op de grond. Het is heel leuk dat ze dat doen, maar het verandert mij niet. Ik blijf doen wat ik doe en ik zal niet plots iemand anders worden omdat ik die complimentjes krijg. Wel raak ik op deze manier gemotiveerder om nog harder te gaan werken aan de dingen die ik maak en deel.

Is er een situatie geweest in uw leven dat u het gevoel had op een bepaald domein af te wijken van de norm? Het gevoel dat u anders was dan anderen?              
De norm wordt bepaald door de grote massa en de grote massa is het merendeel van de mensen, maar iedereen wijkt hier van af. Ieder mens is uniek, net als de bladeren aan de bomen. Elk blad is anders. Iedereen is gelijk, maar we hebben allemaal onze talenten en die talenten worden gevormd. Als je bijvoorbeeld gaat kijken naar mensen als Steve Jobs van Apple, zou je ook kunnen concluderen dat hij behoorlijk afweek van de norm. Toch heeft hij het wel voor elkaar gekregen om letterlijk de wereld te veranderen. Als je er van uit gaat dat iemand die bestempeld wordt als ‘niet normaal’ de wereld kan veranderen in een positieve vorm, wat is dan de norm? Ik denk dat de norm een optelsom is van de maatschappij.

Als ik kijk naar mezelf, ben ik door genetisch materiaal wat forser dan andere mensen, vooral rondom mijn buik. Dat wordt als je kind bent enorm uitgebuit door mensen die je pesten en dat is heel naar.

En hoe heeft die situatie u vandaag sterker gemaakt?
Ik ben een vechter. Ik besloot om te gaan sporten en op mijn voeding te letten. Hierdoor ga je ook vechten in andere dingen en heb ik een mentaliteit van ‘ik geef nooit op’ ontwikkeld. Als ik bijvoorbeeld denk dat iets kan, dan moet het heel gek lopen, mocht het niet gebeuren. Natuurlijk zijn er dingen die ik dan niet haal, maar ik kan dan wel zeggen dat ik alles heb geprobeerd. Ook op zakelijk niveau geef ik nooit op. Toen ik in een economisch moeilijke periode mijn diploma had behaald en ik moest gaan werken, heb ik een bedrijf gestart. Dit was eerst een handelsmaatschappij en later een computerbedrijf. Daar hebben we ‘Home Theater’ aan toegevoegd en daarnaast heb ik me altijd bezig gehouden met fotografie. Door een combinatie van factoren kon ik de fotografie enorm uitbreiden. De vraag die dan wel naar boven komt is ‘Hoe groot word je daarmee?’. Maar op het moment dat jij jezelf beperkingen oplegt, omdat ‘De massa dat niet doet’, zal je nooit groot worden. Op het moment dat jij zegt: ‘De massa is leuk, maar ik ben ik’, dan zijn er geen grenzen meer en dan kun je alle kanten op.

Hoe hebben deze talenten en andere kwaliteiten u geholpen met uw succes als fotograaf?
Succes voor mij is dat je er van kunt leven. Dat je kan doen en laten wat je wilt en dat je elke dag naar je werk gaat, maar niet echt naar je werk, omdat het je passie is. Van jongs af aan heb ik getekend, ben ik met muziek bezig geweest en was ik altijd bezig om iets te creëren. Daarnaast vond ik computers heel leuk. We zijn toen een computerbedrijf begonnen, dat veel meer risico’s met zich meebrengt, maar dat ook veel fijner is. Dan kun je namelijk groeien. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat ik in de computers niet mijn creativiteit kwijt kon, maar ik merkte wel dat ik advertenties maken en artikelen schrijven erg leuk vond. Langzaam aan is het steeds meer doorgegroeid naar de fotografie en vanaf het moment dat we een bekende Nederlander hadden gefotografeerd, kwam alles in een stroomversnelling terecht. We werden veel meer gevraagd en hebben vervolgens de keuze gemaakt om ons volledig te richten op de fotografie. Fotografie is gewoon waar mijn passie ligt en waar mijn vrouw haar passie ook kwam te liggen. Dan krijg je weer het verhaal over succes, passie en anders zijn. Het grotendeel van de mensen zou zeggen ‘Je hebt een goedlopend computerbedrijf, je maakt winst, waarom zet je dat aan de kant?’. Het antwoord is: ‘Omdat wij ons hart volgen’. We zijn al 10 jaar bezig met fotografie, maar anderhalf jaar geleden hebben we alles weg gedaan van ons computerbedrijf en ik kan nu zeggen dat dit de perfecte keuze is geweest.

We richten ons met Hoek Af ook op de mogelijke talenten van kinderen met ADHD, dyslexie, autisme en hoogbegaafdheid. Kent u iemand in uw omgeving die een dergelijke diagnose heeft en kunt u een anekdote vertellen waarin u die zag schitteren?

Wij hebben een stagiair gehad die gediagnosticeerd was met het Syndroom van Asperger. Wij hadden problemen met een computer en het personeel, die hier al langere tijd werkte, lukte het niet om het op te lossen. Hoewel die jongen het probleem nog nooit eerder had gezien, ging hij er mee aan de slag en binnen tien minuten was alles opgelost. Dat is zo knap! Je moest hem alleen niet vragen ‘Wil je dat en dat doen?’, want dan is het net een computer die vastloopt. Wij hebben hem heel rustig zijn gang laten gaan en gezegd: ‘Zoek je functie binnen dit bedrijf en ga kijken wat je zelf graag wilt doen’. Op deze manier heeft hij zijn stage bij ons gedaan. Het was een geniale medewerker, die zelfs na zijn stage nog wel eens door ons werd opgebeld als we een probleem hadden met een computer. Als hij langskwam, werd het probleem gegarandeerd opgelost. Hij zit nog steeds in de computers en heeft nu een iets specifiekere taak. Daar blinkt hij echt in uit.

Frank Doorhof heeft een videoboodschap ingesproken waarin hij antwoord geeft op de volgende vraag: Wat voor advies zou je onzekere kinderen en jongeren willen meegeven die het gevoel hebben dat ze afwijken van de norm? Bekijk hier zijn boodschap!